Mijn
naam is Lucas Kok, en het grootste deel van m’n leven woon ik
nu al in Nederland.
Ik
werd in 1932 in Bandung [West Java] geboren uit een Nederlandse
vader en een Sundanese moeder.
Tot
m’n zeventiende jaar heb ik in Bandung gewoond, inclusief tweeënhalf
jaar Jappenkamp.
Ik
heb mijn jeugd dus doorgebracht in een kleine stad. Nu woon ik
al veel langer in Nederland dan ik ooit in het voormalig Indië
gewoond heb. Maar Indië blijft toch altijd aan me trekken, hoe
oud ik hier ooit zal mogen worden.
Dat
kan ook niet anders, want ik ben er zo ongelooflijk mee verweven.
Het waren mijn jeugdjaren en daar zitten ook die tweeënhalf jaar
Jappenkamp bij. In Indië zit voor mij ellende, maar ook ongelooflijk
veel geluk en dat raak ik nooit meer kwijt. Volgens mij zit dat
in de ziel. Ik ben trots om een Indische jongen te zijn, een Indo.
Op
drie september 1949 ben ik, als zeventienjarige in Holland [Amsterdam]
aangekomen en m’n middelbare schoolopleiding af kunnen maken.
Je
kunt dus zeggen dat ik hier volwassen geworden ben en ruim de
tijd heb gehad om te integreren en te assimileren, of hoe dat
ook allemaal wel heten mag.
Ik
heb zowel op school hier in Holland, als ook later de vele jaren
op mijn werk, vrijwel uitsluitend Nederlandse klasgenoten en collega’s
gehad, zodat ik dagelijks geconfronteerd werd met de Nederlandse
manier van leven en denken.
Ik
paste mij daarbij aan ter bevordering van de collegiale sfeer.
Het bleef echter altijd een uiterlijk aanpassen, want in mijn
denken, voelen en beslissen, ben en blijf ik steeds een Indo.
Een Indo die zich, net als zovele andere Indo’s, overgeplant voelt.
Maar
toch hou ik van Nederland,
echt waar!
Momenteel
zijn mijn vrouw, Diny en ik woonachtig in Nijmegen, ook onze dochter
en zoon wonen met hun gezinnetje bij ons in de buurt. Wat verlangt
deze Indo nog meer?
Lucas
|